Hoe Monsieur le President jou naar zijn land lokt maar je Nederland niet uitkrijgt

De nieuwe Franse president doet mijn vakantiehart sneller kloppen. Ik verlang naar soleil, verfijnd Frans gebak en een geurig kopje koffie of thee van DE. Maar welk stukje Hollands glorie bewijst dat de Nederlander thuis blijft?

Het snoepje van Frankrijk

Al maanden doen allerhande verkiezingen Europa op zijn grondvesten trillen. Bijzonder boeiende ontwikkelingen waarvan vooral Frankrijk mijn volle aandacht heeft. Niet zozeer omdat daar één man het binnen een jaar van niets tot president weet te schoppen, maar omdat zijn naam zoveel smakelijke sensaties in mij teweeg brengt.

Macron, het snoepje van Frankrijk. Of zal ik zeggen “Macaron“? Een uiterst elegant, verfijnd koekje in poezelige pastel tinten. Het liefst wil ik gelijk naar een parmantige patisserie rennen om zo’n doosje vol juweeltjes van een charmante Française te kopen.

Oh la la, Frankrijk

Oh, Frankrijk. Menig Nederlands hart gaat sneller kloppen bij de gedachte aan deze hemel op aarde. 2 Weken per jaar als God te mogen leven in het no1 vakantieland.

  • Geen bier uit de fles, maar slurpen van verfijnde wijnen.
  • Geen piepers prakken maar een vorkje coq au vin prikken.
  • Geen speculaas soppen maar knabbelen van zoet kozende biscuit.

Elk jaar even te worden ondergedompeld in het droombeeld van Franse elegantie. Het overblijfsel van een reeds lang vervlogen koninkrijk, waar Louis XVI broeierige voorstellen fluisterde in de rode oortjes van zijn minnaressen. Kom daar maar eens om in ons kikkerlandje. Het is een geluk dat wij een Argentijnse koningin hebben die ons behoedt voor een al te penetrante Birkenstock uitstraling.

Wat is onze nationale trots?

Tja, wij Nederlanders staan niet echt bekend om onze verfijnde smaak. Neem nu ons nationale koekje. (Nee, ik heb het niet over Rutte die de partijen aan elkaar moet zien te plakken). Je kunt het in iedere supermarkt krijgen, een kleverig bruin geval waarvan de enige frivoliteit het ruitjespatroon is.

Lieve mensen, ik heb het natuurlijk over de Stroopwafel. Een stukje onvervalst Hollands glorie dat niet uit te spreken is voor de gemiddelde buitenlander. De adoratie van de stroopkoek gaat zelfs zo ver dat ons enige echte nog overeind staande warenhuis het ding na de rookworst en de tompouce geadopteerd heeft.

Wij blijven Hollanders

Sinds enige weken kan de vakantieganger in spé zich een opblaasbare stroopwafel ter grootte van een wagenwiel aanschaffen. De ultieme manier om je kids in de Middellandse Zee in het oog te houden. Wedden dat ze opvallen?

Pssst, ik vermoed dat dit de verborgen functie is van dat Hema geval. Want ondanks dat wij massaal de Route du Soleil afrijden, zitten wij Hollanders toch het liefst in enclaves bij elkaar. Gewoon in onze moerstaal de consumentenkoop van de skottelbraai bespreken en klagen over die neerbuigende Fransen onder het genot van een bakkie DE.

De Macaron ziet er dan wel verleidelijk uit, wij houden toch het meest van die plompe, simpele, gouden, romig in de mond smeltende stroopwafel.

Mijn luchtbedje heb ik alvast gekocht en nu maar hopen dat ie niet lek gaat zonder Rutte in de buurt om te lijmen!

 

Schrijvers: Allemaal een tikje normaal?

Niet te geloven. Een hele groep karikaturen bij elkaar en daar betaal ik dan 2000 euro voor! Ben ik de enige normale in deze groep?

Waar ben ik nu weer in beland?

Vreemde snuiters

Wat een rare snuiters allemaal. Dat heb ik weer; betaal ik 2000 euro, beland ik in een groep karikaturen. Is dit echt of moeten zij tot inspiratie dienen voor een boek? De schrijfopdracht voor deze week luidt: zoek karakters voor je verhaal. Dik ze aan, vergroot ze uit. Nou met deze luitjes hoef ik daar niet lang over na te denken.

Ben ik werkelijk de enige normale binnen dit gezelschap? Wacht, ik heb het. Mijn plaats van setting wordt een ouderwets “Dolhuis”. Kan ik meneer de liedjesschrijver met zijn bombastische psychologische quotes “Als je niet jezelf bent, ben je iemand anders” zo in kwijt.
Maar ook het piepjonge uilskuiken dat in zijn psychotische waanverbeelding denkt John Flanagan himself te zijn.

quote john flanagan 2

Waarom deed ik dit ook alweer?

Ha, nu begint het te borrelen. Met warp snelheid flitst de inspiratie door mij heen. Als nu het Dolhuis dreigt te sluiten dan…. Uche  uche, ritsel, snif, tik tik tik. Aaahhh, kunnen de gekken niet even stil zijn?
Wat doe ik hier? Waarom doe ik mijzelf dit aan? Ik wilde weten hoe je een plot ontwikkeld, karakters smeedt, vertraging of versnelling in tijd toepast. Kortom ik wilde mijn schrijvers gereedschapskist vullen. En contact wilde ik. Contact met andere schrijvers. Mensen die met hart en ziel niet alleen bladzijden vol pennen maar overal om hen heen stof zien voor een verhaal. Mensen die schrijven ademen in plaats van dit stelletje dat vooral luidruchtig ademhaalt. Wanneer ontmoet ik nu eens gelijkgestemden?

Ik Zeur niet!

“Zit niet zo te zeuren” klinkt het. “Doe je eindelijk een schrijfopleiding, zit je nog te kankeren.” Zo, lekker ongenuanceerd deze persoon. “Had ik jou iets gevraagd?” “Nee”, zegt ze eigenwijs” maar dat hoeft ook niet. Dat geneuzel van jou hangt mij de keel uit en daarom zeg ik er iets van.”

Zij: Punt 1: Leer je hier wat je wilde leren?
Ik: Euh…, ja

Zij: Punt 2: Kun je je verhalen schrijven?
Ik: Ja, maar…

Zij: Punt 3: Zijn de motieven van deze groep oprecht?
Ik: Ja, maar luister nu eens even. Ik heb weinig zin om me met al deze verschillende levensfasen en/of psychologische persoonlijkheidsproblemen te bemoeien.

Mw. de “ik weet het altijd beter”

“Nou, uwe verhevenheid, dan doe je dat toch niet. Heb wel respect voor ze en luister naar ze, wie weet kun je nog wat van ze leren. And maybe, blijken ze veel meer schrijver te zijn dan jij nu denkt.
“Grrrgrrrgrrr” irritant mens. “Kan iemand mw. de “ik know het always beter” het zwijgen opleggen?”
“Met wie zit je toch de hele tijd te smoezen” zegt schuchtere “ik vind het altijd zo eng om mijn verhaal hardop voor te lezen” Mientje, die naast mij zit. “Ach niets” mompel ik.
Dan sissend “Dank je wel hoor. Nu je zin?”  “Niets te danken” zegt mijn stemmetje  “bedank jezelf.”

Help een probleem! Hoe de oplossing te vinden?

Mijn oudste dochter zit middenin de examenstress. Tot overmaat van ramp snapte ze een onderdeel van wiskunde niet. Haar oplossing: Staren naar het probleem. Hoe gaat dat in vredesnaam in zijn werk en hoe los ik eigenlijk mijn problemen op?

Hoe kom jij tot de oplossing voor een probleem?

De aanleiding voor deze blogpost: eindexamenstress

Kinderen; een onuitputtelijke bron van inspiratie. Was vorige week mijn jongste dochter aanleiding voor een blogpost, deze keer valt die eer te beurt aan mijn oudste kind. Zij doet, as we speak, vandaag haar (hopelijk) laatste examen van de middelbare school. Ons huis stond de afgelopen 2 weken onder hoogspanning als was het een verdeelstation van de energiecentrale.

Het wiskunde-probleem

Zoals te verwachten leverde het ene vak meer stress op dan het andere. Maar zenuwen voor wiskunde (één van haar beste vakken)? Die had ik niet zien aankomen. “Mam, dat onderdeel hebben we begin van het 4e jaar gehad. Ik weet niet meer hoe het zit met die rekenmachine.”
Bij de jongste 2 rollen de ogen bijna uit hun hoofd “Een rekenmachine, tijdens de les?” Wow, dat willen zij ook. “Zo’n ding geeft alle antwoorden.” Als je de manier weet om de som op te lossen, ja. En daar wrong de schoen. De weg naar het antwoord toe snapte mevrouw niet meer.

Ik als moeder mocht me er niet mee bemoeien. “Dat weet jij toch niet meer, mam. Toen jij eindexamen deed bestond er nog niet eens wiskunde A en B.” Nee, dat is waar. Ik had gewoon algebra en meetkunde ineen.
“Daarbij, uitleggen helpt niet bij mij, hoor.” “Huh? Uitleggen helpt niet?” “Neehee, ik moet naar het probleem STAREN” vertelde dochterlief “en dan snap ik het vanzelf.”

De staartechniek als oplossingsstrategie

Ho, wacht even. Staren, als in glazig voor je uitkijken? Hoe kan dat nu helpen? Zij is echter niet de enige, ook mijn buurvrouw vertelde al eens over deze oplossingsstrategie. Zo vond buuf het antwoord voor internetbedrading in huis door op een stoel voor de meterkast te zitten.

Kijken naar je boek of naar draadjes als strategie? Ik vraag mij af hoe dat werkt? Dient de oplossing zich vanzelf aan zoals een armada van meerkoeten opdoemt uit de dichte mist?
Of is het meer een soort mijmeren zoals Paulus de Boskabouter op zijn bankje? Ongestructureerd en ongecensureerd, een soort zweverige toestand tussen slapen en waken in?
Dat laatste herken ik wel. Om die reden ligt er op mijn nachtkastje een notitieboekje om al mijn briljante invallen tegen de vergetelheid van de slaap te beschermen .

Het is grappig, ik zag de rest van de week heel veel mensen de staartechniek toepassen:

  • passagiers in de trein of bus
  • collega’s tijdens een vergadering
  • kinderen in een klas
  • kerkgangers tijdens de preek

Zelfs politici werden door formateur Schippers actief opgeroepen een moment van reflectie in te lassen teneinde tot een oplossing te komen.

Ik los problemen op een andere manier op

Prachtig als je een staarder bent, maar voor mij werkt het niet. Van staren val ik ofwel in slaap of ik draai in kringetjes rond. Probleembroeden doe ik op een andere manier. Geef mij pen en papier, een stoel en een tafel en ik SCHRIJF alles op dat maar enigszins met het probleem te maken kan hebben.

Bij mij geen mist, hangend over een meer. Ik creëer een hele drukke zee. Alles en iedereen krioelt door elkaar heen. Ergens daartussen schuilt de oplossing. Dan elimineer ik bootjes en vissers, groepeer vervolgens vissen en meeuwen. Ik zet ze op een rijtje van belangrijkheid. En zie: de oplossing dobbert op een luchtbedje voor mijn oog.

Zijn er verschillen tussen de 2 probleemoplossende-strategieën?

Zouden onze processen nu werkelijk zo veel anders zijn? Nuh, mijn dochter houdt in haar hoofd wat ik op schrift zet. Toch zie ik 1 verschil. Ik wil weten hoe ik tot de oplossing ben gekomen. (Dat kan ik teruglezen). Voor mijn dochter telt alleen het resultaat.

Laat je dus niet foppen door je starende medemens. Niks geen inactiviteit, hij is keihard aan het werk. Laat hem in zijn semi meditatieve toestand en je zult verbaasd staan over de effectieve oplossing.

Ben benieuwd of Pechtold zijn zee heel vol maakt, of Klaver juist in een dichte mist staart. Mij maakt het niet uit zolang er maar een oplossing komt.
Want:

  • Examens moeten gemaakt
  • en het Land moet worden geregeerd.

 

 

Gezocht: viraal Nieuws om te delen

Mijn nieuws van deze week

Wat is nieuws? Dat vroeg ik mij deze week af.

Mijn jongste dochter en ik fietsten naar een afspraak. In ene hoorden we een hoop opgewonden gekwetter van een troep vogels in een boom. Wat was daar aan de hand? Zowel mijn dochter als ik speurden de omgeving af op zoek naar het onheil. Ja, hoor. Voor ons op de weg lag een half dood vogeltje. Net gebeurd te oordelen naar zijn luidruchtige soortgenootjes in het bladerdek.
Om ons heen ging de rest van de wereld door met eigen beslommeringen maar wij stapten af. Het warme lijfje met slap nekje zachtjes opgepakt en in het dichtstbijzijnde bloementuintje neergevlijd. Allebei aangedaan door dit verdrietige voorval vervolgden we onze weg.

Het nieuws verspreiden van het vogeltje?

Mijn dochter ging met de therapeut mee en ik bleef achter in de wachtkamer. Het arme vogeltje fladderde nog door mijn hoofd. Even een appje sturen naar mijn man en vooruit ook naar mijn oudste dochter. Verdrietige smiley erbij (rare dingen smileys; verdrietig lachen?). Had ik niet beter op straat nog wat foto’s genomen? Dan kon ik het op Facebook zetten met de tekst “iedereen verdient een laatste rustplaats”. Misschien ook wel een goed onderwerp voor mijn volgende blog “de onverschilligheid van de mens van tegenwoordig”. In ieder geval vond ik die verdrietige smiley’s en bloemen icoontjes die ik terug kreeg van man en kind heel fijn. Gedeelde smart is halve smart.

Terwijl we weer op de terugweg waren vroeg ik aan de jongste “Heb je het vogeltje nog aan Klara (therapeute) verteld?” “Nee mam, natuurlijk niet” zei mijn kind mij “Ik word er al verdrietig van, dan is het voor haar toch ook niet leuk om te horen.”
Ik was er even stil van. 8 jaar en dit antwoord. Een nare gebeurtenis hield ze voor zichzelf, uit bescherming voor de ander maar blijkbaar ook omdat ze niet de behoefde voelde om te delen.

Wat is nieuws?

Het stemde mij tot nadenken. Ik vond het voorval van het vogeltje nieuws. Het waard om te delen. Voor mijn kind was het ook nieuws maar zij hield het voor zichzelf. Als een gebeurtenis niet wordt gedeeld is het dan minder erg en minder nieuws?

Wat is nieuws eigenlijk? Is nieuws pas nieuws als het wordt gedeeld?
Zo ja:

  • Wie bepaalt
  • Wat er wordt gedeeld
  • op Welke manier
  • en Waarom?

Waarom zie ik allemaal dezelfde items op de nieuwskanalen voorbijkomen. Steeds weer identieke indringende beelden met zogenaamd iedere dag een “nieuwe” toevoeging. Een interview met de tante van de achterbuurvrouw van dat ongelukkige gezin, een knuffeldiertje dat tussen de brokstukken van een vliegtuig ligt of een bonte stoet aan getuigen die op 3 km afstand iets hebben gezien.

It goes viral

Wordt nieuws niet erg uitgemolken en opgeklopt om een zo groot mogelijke impact te krijgen? “It goes viral” is de gesjeesde uitdrukking van tegenwoordig. Iedereen vindt het erg, afschuwelijk, spreekt er schande van. (Wat erg van dat vogeltje, er wordt daar veel te hard gereden, waarom zijn wij zo onverschillig enz.)
Gaan onze emoties met deze manier van berichtgeving aan de haal. Zien wij de hele gebeurtenis nog wel in perspectief?

Nieuws lijkt op deze manier een emotie-circus te worden, opgelegd door het persoonlijke karakter en voorkeuren van de verspreider. Om nog maar te zwijgen van slimme marketeers.

Quote?

Welke andere gebeurtenissen missen wij die ook belangrijk zijn? Nieuws wordt niet alleen bepaald door het voorval op zich maar vooral door degene die ervoor kiest het te verspreiden en de manier waarop hij dat doet. Misschien iets voor een quote tegeltje naast de tv?

quote nieuws

En heb ik toch nog in dit blog de laatste eer bewezen aan het vogeltje. Rust zacht!

Har(d)t

Hij wil naar huis, regelen, plannen uitwerken. Maar “the job calls.”

“Wat doe ik hier in Godsnaam” zweetdruppels lopen over zijn voorhoofd. Een Oplettende collega kan nog net voorkomen dat het zoute vocht in zijn ogen bijt.
“Deze klus is haast onmogelijk, wat een timing. Ik moet naar huis. Van alles regelen, de plannen zo snel mogelijk uitwerken.” Hij kan aan niemand anders denken dan aan zijn vriendin.

Hoe heerlijk ze gisteravond bij hem op schoot was gekropen in haar strakke, zwarte jurkje dat iets meer gevuld was dan anders. Haar fel rood gestifte lippen naar hem opgeheven, haar haren glanzend in het zachte kaarslicht.
“Ja, ja, ja ik wil” had ze geroepen op zijn vraag. Het beeld stond hem nog levendig voor de geest.

Terwijl ze haar hoofd op zijn borst legde had ze zachtjes gefluisterd “Ik vertrouw mijn hart volledig aan jou toe.” Zo’n groot geschenk, een brok schiet in zijn keel: haar hart in zijn handen.
En nu? Nu gaf hij dat hart aan een ander en hij sluit het deksel over het ijs.

Oorlogsherinneringen (deel IV)

Het is oorlog. Jopie, Karel en ik wonen met zijn drietjes. Het huis is ons baken van veiligheid. Echter onze afzondering komt onder druk te staan. Hoe een doos vol krantenknipsels mijn leven op zijn kop zet.

Lente

Wat heeft buuf meegenomen?

Sinds die dag staat het raam om 13.00 uur altijd open. Jopie zit dan opgesloten in zijn kooi met als gevolg een flinke scheldkanonnade voor buuf en mij. Dan heb ik het nog niet eens gehad over het gerammel aan de tralies.
Door het open raam zweven de geuren van narcis en hyacint naar binnen. Wat heb ik dat gemist. Straks tegen buuf zeggen dat ze best een bosje mee naar huis mag nemen. Oh, daar is ze. Wat heeft ze nu toch bij zich?

“Wat loopt u te sjouwen, buuf?” “Ja kind,” zegt ze, “dit is het verleden van je ouders.” Mijn ouders? Ik weet niet zoveel van mijn ouders af. Wel van mijn oma, die praatte honderd uit, maar mijn ouders spraken en zwegen vooral met elkaar. “Hebben ze u dat dan gegeven?” vraag ik. “Nee” zegt ze “dat niet precies. Dit zijn spullen die mijn ouders destijds verzameld hebben.” Ze tilt de doos op de vensterbank en haalt het deksel eraf.

Het leven van mijn ouders in de doos

Wat is dit? Krantenknipsels, foto’s. Wat afschuwelijk, wat een verminkingen, wat een leed. “Je ouders bevonden zich allebei in die hel” begint buuf. “WOI, ik was nog te klein om het echt mee te krijgen, maar jouw ouders trokken daarheen om te helpen. Je vader heeft in de loopgraven gevochten en je moeder hielp als verpleegster. Afschuwelijk moet het zijn geweest. Granaten, gifgas.”
Ik kijk naar de foto’s en zie dezelfde panische angst op de gezichten als die bij mijn ouders. Ook zie ik het bekende wezenloos voor zich uit staren. “Je oma deed wat ze kon” vertelt buuf mij “maar voor jouw ouders is de oorlog nooit meer over gegaan.”

Buuf laat de doos bij mij achter. “Jopie eruit” schreeuwt de blauwe papegaai “Doe open vuile mof.” Snel trek ik het raam dicht. Stel je voor dat iemand hem hoort. “Sorry hoor, voor het opsluiten. Kom maar.” Jopie wipt uit zijn kooi en ik keer terug naar de doos.
Wat een ellende. Het is vele malen erger dan hier in dit huis waar het tenminste nog relatief veilig is. Hoe zou het met andere delen in Nederland zijn, en in Europa? Zouden er al mensen zijn die openlijk lachen, zingen, gekleed gaan in Oranje?

De ontsnapping

Wat een nacht, de hele tijd zag ik mijn ouders. Die vreemde serene rust in hun ogen toen ze het huis uitliepen op mijn verjaardag. Ik snap het niet. Ligt er dan niets in die doos dat het kan verklaren? Ik houd de lege doos ondersteboven en schud ermee. Er valt iets naar beneden. “Wat is het? Nee, dit kan niet!” ik begin te beven. “Is het dan al die jaren voor niets geweest? Hoe kan het dat ik dit niet wist? Waarom heeft niemand mij iets verteld?
“Buuf” gil ik en ik ruk het raam open. “Buuf.” Jopie ziet zijn kans schoon. Pijlsnel vliegt hij van mijn schouder en schiet naar buiten. “Gekke buuf, kggg, vuile rotmof, lekker weer, kgg” boven in de hoogste conifeer leeft hij zich helemaal uit. Ik tuimel achter Jopie aan door het open raam. “Jopie” schreeuw ik “Jopie.”

Plots ligt er een hand op mijn schouder. “Laat hem maar even” zegt buuf. Met het krantenknipsel nog in mijn hand draai ik me om. “Klopt dit, is dit waar?” en ik zwaai het papier voor haar ogen heen en weer.

Vrij

“Ach, lieve kind” zegt buurvrouw “ja, het is waar. Ik had eerder naar je toe moeten gaan maar het lukte me niet. Toen je ouders die dag om 13.00 uur bij me kwamen, vroegen ze me een beetje op je te letten. Maar ik kon het niet, ik was ziek van verdriet om Donny.”
“Maar waarom zei u het vorig jaar zomer niet of welk moment dan ook?” Buuf kijkt me stilletjes aan, dan zegt ze “Je had me niet geloofd meissie. Je was zo gesloten, wantrouwend. Vergeef me.”

Er valt niets te vergeven. Ik heb eindelijk mijn cadeau gehad. Vandaag is het 5 mei 1967.
De oorlog is voorbij.

i282037939669348713._szw480h1280_

Proloog

Het wordt nacht, een knusse, lome donkerte. Vaag ruik ik het water van het Gardameer. In het Volkswagenbusje is Buuffie al naar bed samen met Mormel, het inmiddels loodzware zwarte katje. Voor mij op tafel nipt Jopie stiekem van de rode wijn. Dat is straks 1 zatte papegaai. Als hij maar niet zoals laatst O Solemio gaat zingen, dan krijst hij de hele camping wakker.
In het licht van een flakkerend kaarsje plak ik het vanmiddag gekochte behangpapier in het fotoboek. Ons wedervaren van die dag schrijf ik erbij. Heerlijk die gevulde bladzijden maar ik verheug me nog meer op al die lege pagina’s nog te gaan.